Door Leo Peys
GOUDA - Gisteravond vierde het
Gouds Symfonie Orkest zijn
veertigjarig jubileum met een op-
treden, dat in veel opzichten leek
op dat van een atleet, die zijn oe-
feningen doet op het paard, de
evenwichtsbalk en de rekstok.
Mooi om te zien en in dit geval
om te horen, ondanks het feit,
dat niet alle sprongen lukken.
Met zo'n leeftijd is zoiets voor
een orkest nog steeds niet
alledaags, want iedere
muzikant voert een wekelijks
gevecht tegen de
technische en muzikale eisen
van een partituur, tegen de sleur,
tegen zichzelf en tegen het on-
vermogen, om het enthousiasme
om te zetten in een volwaardig
product. Alleen al in Zuid-Hol-
land zijn er meer dan dertig van
die amateur-orkesten, bevolkt
door blazers en strijkers, die zich
iedere week weer buigen over
slierten noten, die als in een
groot en machtig soepbord moe-
ten worden verorberd.
Notenbrij
De dirigent voelt zich vaak meer
instructeur en repetitor dan diri-
gent, want echte interpretatie is
nauwelijks aan de orde. Als or-
kestlid dien je ook nog eens thuis
te studeren. Maar daar stoot je je
muzikale hoofd tegen het pla-
fond van je technisch en muzi-
kaal onvermogen. En bij een uit-
voering moet je dan je onvermo-
gen blootgeven. Zo gebeurde dat
ook gisteravond hier een daar.
Jammer, maar begrijpelijk. Als lid
|
van zo'n orkest ben je precies als
al die andere, duizenden ama-
teurmuzikanten, die gebiolo-
geerd zijn door die notenbrij, ook
al kunnen ze er niet echt een
voor iedereen smakelijk gerecht
van maken.
Sommige muzikale gerechten
zijn makkelijker te bereiden dan
andere: Bizets Carmensuite laat
zich smakelijker wegwerken dan
een pianoconcert van Mozart.
Daar wreekt zich de wat onzekere
streek en vioolklank. Mozart is
voor een amateur
zo gevaarlijk als een evenwichts-
balk. De solist, in dit geval Joop
Albracht, moet het dan goedma-
ken. En dat deed hij gelukkig, zo
soepel, licht en ontspannen als
een atleet bij zijn oefeningen met
ongelijke bruggen. Het orkest
had bij zijn jubileum het Man-
nenkoor Gouda's Liedertafel uit-
genodigd.
Ook hier volop enthousiasme, al
bleek met name hier, dat enthou-
siasme niet gelijk is aan volwaar-
dige koorklanken.
Soms werd de homogeniteit op-
geofferd aan partijgewijze of
zelfs individuele behoefte aan
schittering. Dan zag en hoorde je
echt die bijna veertig mannen
náást elkaar, in plaats van ze als
één man te ondergaan. De wals
van Strauss Gold und Silber
stond symbolisch voor wat de
bedoeling van de avond was: je
imago weer eens oppoetsen als
een goedzittend uniform, om er
de volgende decennia weer fris in
te kunnen verschijnen.
|